Aruba in een week: wat past erin?
Aruba is met 180 km² compact maar heeft een opvallend gevarieerd landschap: het westen heeft witte zandstranden en palmbomen, het midden en oosten zijn rotsig en droog met cactussen, en het noorden heeft ruige kustlijnen. Zeven dagen geeft ruimte om beide kanten te zien en toch ook gewoon op het strand te liggen.
De stranden liggen aan de westkust, van Oranjestad in het zuiden tot de Hadicurari-kust in het noorden. De droogste en meest afgelegen plekken van het eiland liggen in het oosten en in Arikok Nationaal Park. Reken op een huurauto voor de trips buiten het strandgebied.
Dag 1–2: Oranjestad en de stranden
Dag 1 start je in Oranjestad, de hoofdstad met zijn coloniale pastelgevels, museums en het Fort Zoutman (gebouwd in 1796, het oudste gebouw op Aruba). De stadscentrum is compact te voet te verkennen in twee tot drie uur. Loop via de Lloyd G. Smith Boulevard naar de aanlegsteiger voor een uitzicht over de haven.
Eagle Beach ligt op circa 3 kilometer ten noorden van de stad en wordt consequent tot de mooiste stranden van het Caribisch gebied gerekend. De fofoti-boom aan de waterlijn is een herkenningspunt. Het strand is vrij toegankelijk; parkeren langs de weg is gratis. Eagle Beach is smaller maar minder druk dan Palm Beach, dat direct ten noorden ervan begint.
Dag 2 is een goede dag voor Palm Beach zelf. Hier zijn de meeste hotels, beach clubs en watersportaanbieders geconcentreerd. Parasailen, stand-up paddleboarden en boottrips naar het rif worden hier aangeboden. De pier van Palm Beach is een vertrekpunt voor snorkeluitstapjes.
Dag 3: Het noorden en California Lighthouse
De California Lighthouse staat op het noordelijkste puntje van Aruba, op een klif boven de ruige noordkust. De vuurtoren dateert uit 1916 en is vernoemd naar het schip SS California dat hier in 1891 vergoed. Je kunt buiten op de klif staan voor een panoramisch uitzicht over de westelijke kust en het noordelijkste rif.
Vanaf de vuurtoren rij je langs de onverharde kustweg richting het zuiden. De Alto Vista-kapel, een kleine wit gepleisterde kapel op een heuvel in het midden van het eiland, is een populaire tussenstop. De weg ernaartoe is onverhard maar begaanbaar met een gewone auto bij droog weer.
Het dorp Noord ligt tussen de vuurtoren en Palm Beach en heeft enkele lokale restaurants die lunchpauze waard zijn. Zebi- of visgerechten zijn hier gebruikelijk.
Dag 4–5: Arikok Nationaal Park
Arikok Nationaal Park beslaat circa 18% van het eilandoppervlak en bevat het wildste deel van Aruba. Hier vind je de Fontein-grotten met eeuwenoude Arawak-rotstekeningen, de Quadirikiri-grotten met twee openingen in het dak waardoor daglicht naar binnen valt, en een breed netwerk aan wandelpaden.
Dag 4 is het park-dag: meld je aan bij het bezoekerscentrum bij de ingang. Er worden diverse routes aangeboden, van korte wandelingen van 30 minuten tot langere routes van 2 tot 3 uur. Kijk uit naar Aruba-gesla (een lokale hagedis) en Shoco-uilen in de rotsige flora.
Dag 5 is de dag voor de Natural Pool (lokale naam: Conchi), een beschutte plas in de rotsige kustlijn aan de noordoostkant van het park. De toegang vereist een 4x4 en circa 20 minuten rijden over ruig terrein, of deelname aan een georganiseerde 4x4-tour. Zwemmen in de natuurlijke rotspoel is het hoogtepunt; let op de golven die over de randen kunnen slaan bij hoge zee.
Dag 6–7: Zuidkust en rustdagen
De zuidkust van Aruba is rustiger dan de westkust. Mangel Halto, een beschutte baai met mangrovebomen aan het water, is populair bij snorkelaars door het heldere ondiepe water en de aanwezigheid van schildpadden. Boca Catalina en Arashi Beach in het noorden zijn alternatieve, rustige snorkelplekken.
Dag 6 kun je combineren met Savaneta, het oudste dorp van Aruba, en de zoutpannen in het zuiden richting San Nicolas. San Nicolas is Aruba's tweede stad, kleiner maar met een eigen kunstscene. Straatmuurschilderingen langs de Bernhardstraat zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot een fotogeniek centrum.
Dag 7 is logistiek: een rustige ochtend bij Eagle Beach of een laatste wandeling door Oranjestad voordat je naar het vliegveld vertekt. Het vliegveld (Queen Beatrix International Airport) ligt op circa 2 kilometer van het stadscentrum, 15 tot 20 minuten rijden van Palm Beach.